Altea advocaten

Buitenlandse adoptie


Sinds de wijziging van het Belgische Burgerlijk Wetboek in 2003, worden (volle of gewone) adopties, ook buitenlandse, gekenmerkt door een strikte procedure die geen vrije adoptiekanalen meer toelaat.

Men moet namelijk een voorbereidingscursus doorlopen, die georganiseerd wordt door de bevoegde Centrale Autoriteit van de Gemeenschap, waarna een geschiktheidsvonnis moet worden uitgesproken door Jeugdrechtbank. Elk adoptieplan is dus omkadert door de daartoe bevoegde instantie of door de Centrale Autoriteit die zich al dan niet akkoord verklaart met de aanvraag.

Een aspirant-adoptant die in België woont en een kind wenst te adopteren dat in een ander land woont, moet specifieke stappen ondergaan waarvan de chronologie op dwingende wijze nageleefd moet worden. Zodoende kan de buitenlandse adoptie erkend worden in België en kan de geadopteerde zijn familie vervoegen in België.

De regels kunnen variëren in geval de geadopteerde meerderjarig is of wanneer de adoptie binnen dezelfde familie gebeurt (de zgn. « intra-familiale » adoptie).

Ook moet men rekening houden met bijzondere situaties zoals bijv. wanneer het land in kwestie geen adoptie kent (maar wel bijvoorbeeld de « Kefala »).

In de praktijk is gebleken dat uitzonderlijke situaties waarbij aspirant-adoptanten die gewoonlijk in België verblijven, een kind adopteren dat gewoonlijk in het buitenland verblijft, zonder de stappen in de procedure te respecteren. Tot voor kort was de erkenning van zulke adopties technisch onmogelijk. Echter, de wet van 11 april 2012 laat nu de erkenning toe van bepaalde adoptieprocedures die juridisch zijn volbracht in het buitenland. Hiermee is de wetgever willen tegemoet komen aan de bezorgdheden van families die de Belgische wet niet hebben willen omzeilen. Bij wijze van voorbeeld zijn er gevallen waarbij een expat familie in het buitenland een kind heeft geadopteerd, en sindsdien dus deel uitmaakt van het gezin. Enkele jaren later – bij terugkeer in België, kan deze familie zich niet meer inbeelden om van het kind gescheiden te moeten worden.

Echter, de ‘vrije adoptiekanalen’ zijn niet zomaar opnieuw geïnstalleerd. De wet komt slechts tegemoet aan uitzonderlijke situaties, in het hoger belang van het kind en op basis van de volgende cumulatieve en strikte voorwaarden :

  • Er mag geen sprake zijn van « wetsontduiking »;
  • Het kind moet een familielid zijn of moet het dagelijkse leven op duurzame wijze hebben gedeeld met de adoptant alvorens er enige stappen werden ondernomen tot adoptie;
  • Het kind mag geen andere duurzame oplossing van familiale opvang hebben anders dan de adoptie;
  • De adoptie mag niet tot doel hebben om de juridische bepalingen te ontduiken zoals deze met betrekking tot nationaliteit of toegang tot het grondgebied;
  • De bevoegde Centrale Autoriteit dient een met redenen omkleed advies te geven na uitwisseling van gegevens met de bevoegde autoriteit van het land van herkomst.

De bevoegde Centrale Autoriteit is dus belast met het evalueren van de situatie en als dusdanig de adoptanten toe te laten om de vereiste voorbereidingen te volgen. Het is dus mogelijk toch nog toegang te krijgen tot de Jeugdrechtbank die het ontbrekende geschiktheidsvonnis kan uitvaardigen. De Centrale Autoriteit kan zich vervolgens uitspreken over de erkenning van de buitenlands adoptiebeslissing die voorafgaandelijk werd verkregen door de adoptanten.

In sommige gevallen zal het nodig zijn om beroep in te dienen of een gerechtelijke procedure op te starten, bijvoorbeeld bij een niet-erkenning van een adoptie of om een adoptie om te zetten te herroepen of te herzien.

De materie van de buitenlandse adoptie is uiterst complex, en heeft verschillende praktische implicaties.

Altea biedt u advies door een gespecialiseerd advocaat aangepast aan uw persoonlijke situatie.

Neem contact op met Céline Verbrouck of Catherine de Bouyalski, gespecialiseerde advocaten in vreemdelingenrecht en in familiaal internationaal privaatrecht, erkend door de Orde van advocaten bij de balie te Brussel.